Bij aanvang van het onderzoek was er geen vastomlijnde onderzoeksaanpak. Wel een aantal werkprincipes. Gaandeweg ontstond er een methodologische mix met een emergent karakter. Dit is een reconstructie.

De hele dag door is er kans op het meemaken van betekenisvolle momenten. Ik maak ze mede. Ben zelf onderdeel van de ervaring. Op regelmatige momenten, bij voorkeur zo dicht mogelijk op het betekenisvolle moment, schrijf ik op wat ik zeg, wat ik hoor, wat ik doe, wat ik zie, wat ik voel, wat ik denk, wat ik niet doe, wat ik wel zeg, wat ik zeg te gaan doen en wat ik anders zou kunnen hebben gedaan. Documenteren dus. Veel en vaak. Dit zijn de thick descriptions.

Het begrip thick description (“rijke beschrijving”) is voor het eerst gemunt door de antropoloog Geertz (Patton). Een thick description is rijk, vol, gedetailleerd en bevat een concrete beschrijving van personen, plaatsen op zo’n manier dat de lezer het bestudeerde fenomeen kan begrijpen, alsof hij erbij aanwezig was. Het stelt de lezer in staat zelf het fenomeen te interpreteren en zelf conclusies te trekken over de betekenis van het fenomeen.

De kunst is om geen verklaring te geven voor hetgeen zich aan je voltrekt. Dat komt later. Stel je oordeel uit. Zet je fantasie tussen haakjes. Ik doe dit vrij letterlijk door mijn fantasieën ook als zodanig te benoemen. De rijke beschrijvingen kunnen registraties zijn van ieder willekeurig moment. Dat is niet vantevoren te orchestreren. Maar het is ook weer niet zo dat je in je kamertje gaat zitten wachten tot het je gaat overkomen. Ik ben op zoek gegaan en heb ze gevonden. De fysieke plekken waar er iets gebeurde. De wandelgang, de borrelkelder, de wachtende groep, de bedrijfskantine met de ronde tafel, de koffiecorner vlak voor de portier gaat afsluiten en de douche na het bedrijfssporten (waarmee ik het iets spannender heb weten te maken dan het toilet van Homan [Homan 2005]). Een groot aantal betekenisvolle momenten heb ik hier kunnen optekenen.

Nog een manier om betekenisvolle momenten uit te lokken is door net als ik de volgende regel toe te passen. Ik zorg dat ik iedere dag iemand spreek die ik niet eerder gesproken heb. Daarnaast neem ik me voor om iedere dag met ten minste een persoon een gesprek te hebben waarin we beiden iets leren. Het levert verrassende gesprekken op.

En dan heb je een stapel rijke beschrijvingen, en dan? Totnogtoe heb ik de beschrijvingen voor mezelf gehouden. Ik herschrijf een passage als ik denk dat ik het treffender kan beschrijven. Als me een detail te binnen schiet. Geen effectbejag. De dingen niet mooier maken dan ze zijn. Dat mag in een latere fase. Maar ondanks deze regels voor mezelf: ben ik wel netjes geweest? Ook als ik het niet wil, kan er onbewust een interpretatie tussen de regels schieten. Ik tracht dit soort voor-oordelen aan het licht te brengen door het inschakelen van meervoudigheid. Daar heb ik een aantal instrumenten voor.
Documentstudie. Als er in gesprekken verwezen wordt naar documenten, pak ik ze er vroeger of later bij en destilleer ik betekenisvolle passages. Liever later, want soms kunnen documenten je blik aardig vernauwen.

Het “100-dagendocument van de nieuwe directeur” heb ik pas na een maand bij binnenkomst bij mijn nieuwe werkplek gelezen. Ik vind het interessanter om te weten welk universum van betekenissen er is opgetrokken rond dit document, dan om de feitelijke inhoud ervan tot me te nemen. En wanneer ik dan die inhoud tot me neem, zijn de verschillen weer een nieuw onderwerp van gesprek.

Triangulatie is een vakterm voor het valideren van je resultaten. Laat een ander naar je rijke beschrijvingen kijken. Iemand die mij kent. Die weet hoe ik naar dingen kijk. Iemand die het niet altijd met mij eens is. Organiseer je eigen weerstand. Maar zorg tegelijkertijd voor distantie. Het zijn nog steeds mijn eigen privé-observaties. Ik laat mijn beschrijvingen lezen door minimaal twee personen. Na elkaar.

In dit geval heb ik de beschrijvingen eerst lezen door een goede vriendin van me, die net als ik werkzaam is bij de moederorganisatie (gemeente Den Haag), er goed bekend mee is, maar voor wie mijn dienst (gemeentelijke belastingdienst) terra incognita is. In tweede instantie laat ik de beschrijving lezen door een oud-collega, die voor mijn dienst heeft gewerkt toen ik voor een andere dienst werkte. Ik kwam hem regelmatig tegen in concernoverleggen. Op dit moment werkt hij op veilige afstand op Aruba. Een aantal gesprekspartners noemde hem “mijn voorganger”, ondanks dat mijn functie nieuw gecreëerd is en toen nog niet bestond. Deze oud-collega stuur ieder kwartaal een nieuwsbrief naar zijn oude afdeling waarin hij vertelt over zijn belevenissen op het eiland. Hij is zeker niet objectief, maar dat hoeft ook niet. Zijn gezichtspunt kan een nieuw licht op zaken laten schijnen.

Geplaatst door admin op 22 October 2008
Tags: Uncategorized

Aantal opmerkingen op deze pagina: 0

Hoe lees of begin ik een gesprek?

Opmerkingen over een specifieke paragraaf:

Klik op het icoon rechts van een paragraaf.

  • Wanneer er nog geen gesprek gestart is, zal er een formulier verschijnen.
  • Wanneer er een gesprek bezig is, zal dit gesprek getoond worden en staat het formulier aan het eind van het gesprek.

Een gesprek over de gehele pagina:

Klik op het icoon rechts van een paginatitel. Het werkt hetzelfde als bij een paragraaf.

Comments

No comments yet.

Je moet ingelogd zijn om aan een gesprek te kunnen deelnemen.
Registreer jezelf of of login