Mijn aanvankelijke leervraag ging over thema’s als identiteit, de relatie tussen ratio en gevoel. Uit mijn praktijkvoorbeelden heb ik inmiddels ook een aantal thema’s verzameld.
Ik zal hier een poging doen om uit te leggen wat ik denk dat de relatie is tussen deze begrippen, waarna ik ze in de vorm van onderzoeksvraagstellingen presenteer.
Identiteit is iets dat groeit in een persoon. Identiteit is nooit af. Identiteit krijgt gestalte door opvoeding, traumatische of euforische gebeurtenissen, opleiding, interesses, je omgeving, andere mensen. Identiteit is niet iets dat je bij elkaar kunt shoppen, al zit er wel een zekere mate van keuzevrijheid in. In mijn optiek dient deze keuzevrijheid bij identiteitsvorming zo groot mogelijk te zijn, waar mogelijk. Dat hoort bij mijn opvatting over menszijn. Ik wil onderzoeken hoe identiteitsvorming plaatsvindt en hoe beslissingsvrijheid hierin een rol speelt.
Wat is identiteit? Bij het beeld dat ik nu heb van identiteit horen definiërende termen als nationaliteit, geslacht, milieu, opvattingen, interesses, economische achtergrond, lidmaatschappen, huidskleur, etniciteit, geloofsovertuiging, sexuele voorkeur, klederdracht, taal, gewoonten. Het is een verzameling van cultuuruitingen.
Een sterke eigen identiteit is een “asset in life”. Identiteit is een overlevingsinstrument. Wanneer je een idee hebt wie je bent, en hoe dat zo gekomen is, ben je in staat om je tot anderen te verhouden. Identiteit geeft een rijke achtergrond, waarop je kunt terugvallen. Het geeft zekerheid en kracht. En een basis voor boeiende verhalen. Wat zijn kenmerken van een sterke identiteit? En wanneer slaat het door?
Ik wil nu de stap maken naar de waarde van identiteiten, wanneer ze elkaar tegenkomen. Het gaat dan over verschillen in indentiteit. Verschillen zijn er om te waarderen, en diversiteit in identiteiten levert interessante spanningen op. Diversiteit van identiteit is een voorwaarde voor het ontstaan van creatieve spanning. Dit wil ik nader onderzoeken.
Mijn stelling is dat identiteit voor een groot deel door deelname aan/in groepen wordt vormgegeven. Het is een gezamenlijk elkaar versterkend proces. Door deelname van het individu in de groep krijgt de groep identiteit. Tegelijkertijd versterkt het individu zijn eigen identiteit doordat het in de groep relaties aangaat met anderen. In een groep komen verschillende groepen samen. Er kan daarom dus nooit gesproken worden van “de groep”. De wedervraag zou altijd moeten zijn “welke groep bedoel je op dit moment?” Dit doet recht aan het bestaan van rijke samenstellende elementen. Juist doordat een persoon in meerdere groepen actief is, heeft hij wat te bieden. Het is die rijkheid die ik wil onderzoeken.
Bij aanvang van de ACM had ik nog geen vakvraag. Ik wist alleen dat ik meer wilde weten over organisatieverandering. Maar waarop het accent te leggen? Waar ging nou mijn interesse naar uit binnen dat grote vakgebied? Ik wist niet eens wat er te koop was, dus hoe zou ik nu een vakvraag kunnen formuleren? Ik merk wel dat hij begint te komen.
Geplaatst door admin op 22 October 2008
Tags: Uncategorized


Opmerkingen over een specifieke paragraaf:
Klik op het
icoon rechts van een paragraaf.
Een gesprek over de gehele pagina:
Klik op het
icoon rechts van een paginatitel. Het werkt hetzelfde als bij een paragraaf.