Er loopt een aantal interesses door mijn werk. Ze zijn te omschrijven met worden als muziek, minimalisme, imperfectie en improvisatie. Ik heb lang gedacht over wat ik met mijn fascinaties zou gaan doen in relatie tot dit werk. Zal ik het gaan gebruiken als metafoor? Als illustratie? Als intermezzo? Als demonstratie? Als werkvorm? Of moet zal ik het beschouwen als bron van inspiratie? Als iets dat van mij is, en van mij alleen? Of wellicht toch een combinatie van dit alles?
Zo las ik net in (Huovinen 2008) dat gelach tijdens een jazzconcert vaak een indicator is dat de luisteraar de muziek begrepen heeft. Vervolgens wijst hij op de uitdaging aan de luisteraar om dit in woorden uit te drukken. Communicatie tussen jazzmuzikanten is zo mogelijk nog interessanter, omdat hier samen iets gemaakt wordt. Wat voor een luisteraar en een jazzmuzikant geldt, is mijns inzien even zo geldig voor betrokkenen bij een leertraject in een organisatie. Soms zit iemand in de rol van luisteraar, soms wordt er gezamenlijk gecreƫerd.
Het minimalisme dat ik gebruik in mijn werk is niet zozeer esthetisch van aard of ingegeven door een streven naar een bepaalde stijlvorm (al ben ik daar niet vies van). Het gaat om een doelbewuste techniek of werkvorm. (Het onderscheid van minimalisme naar esthetiek, stijl en techniek heb ik geleend van Johnson (1994))
Geplaatst door admin op 2 November 2008
Tags: Uncategorized


Opmerkingen over een specifieke paragraaf:
Klik op het
icoon rechts van een paragraaf.
Een gesprek over de gehele pagina:
Klik op het
icoon rechts van een paginatitel. Het werkt hetzelfde als bij een paragraaf.