Improviseren is doen. Improviseren is experimenteren. Kijken wat er gebeurt. Bijsturen. Improviseren is niet stuurloos. Waarom improviseren? In de kunst van het improviseren komt een aantal van mijn fascinaties samen. Muziek, geschiedenis, spelen, taal, vorm, regels maken, regels overtreden, ontregelen, creëren. Improviseren heeft een wortel in het Latijn, bij het werkwoord providere dat vooruit kijken betekent. (provideo, vidi, visum, II. -- 1. vóór zich zien, al van verre zien. -- 2. a) in de toekomst zien, voorzien, vooruitzien quantum ratione provideri poterat voor zover als het berekend kon worden b) in iets voorzien, voor iets zorgen, iets van te voren regelen abl. proviso met overleg c) maatregelen tegen iets nemen, voor iets oppassen; proviso, (adv) met voorbedachten rade.) Door het voorvoegsel im toe te voegen, krijgt improvisatie de betekenis van het tegenovergestelde van proviso. Improvisatie houdt zich dus bezig met onvoorziene, dat wat van te voren niet geregeld is, het onverwachte. Een treffende definitie van improviseren: “Improvisation involves reworking precomposed material and designs in relation to unanticipated ideas conceived, shaped, and transformed under the special conditions of performance, thereby adding unique features to every creation” (Berliner 1994, geciteerd in Weick 1998). In het vervolg ga ik kijken naar de mate van improviseren, improvisatievormen en cognitieve aspecten. Daarna ga ik kijken naar waar improvisatie nog meer plaatsvindt, buiten jazz, en focus ik op hoe improvisatie een rol speelt in organisaties. Dit illustreer ik met voorbeelden uit mijn eigen organisatie. Ik besluit met een reflectie over de grenzen aan improvisatie. “You can’t improvise on nothin’ man. You gotta improvise on somethin’.” -- Charles Mingus
In de jazz betekent improvisatie het gelijktijdig componeren en uitvoeren van een muziekwerk. Improviseren in organisaties kun je zien als het concept van actie terwijl die zich ontvouwt oftewel handelen zonder dat er een uitgebreid plan aan ten grondslag ligt. Improvisatie vindt op allerlei plekken in organisaties plaats. Ook in jouw goed geoliede bedrijf. Wanneer regels niet duidelijk zijn, gaan medewerkers improviseren. Wanneer de tijdsdruk hoog is, krijgen medewerkers gelegenheid om te improviseren. Ik ben niet geïnteresseerd in de situaties waarin improvisatie gezegd wordt plaats te vinden. Mijn interesse gaat uit naar een manier van werken die per definitie improviserend van aard is (Kamoche & Cunha 2001).
De Mingus die beweerde dat moet je improviseren op basis van iets bestaands, is dezelfde Mingus die ooit een veelbelovende saxofonist voor publiek tot tranen toe afbrandde onder het begeleidende commentaar:
“Play something different, man; play something different. This is jazz, man. You played that last night and the night before.” -- Charles Mingus (geciteerd in Berliner 1994)
De voortdurende spanning tussen het “improvise on something” en het fris houden van de improvisaties is de essentie van jazz. In de jazz gaat het vaak om melodieën en akkoordenreeksen die afkomstig zijn uit bestaande gospels, pop- en rockliedjes. Bij organisaties varieert het “something” van routines, strategische doelstellingen, kernwaarden en mission statements tot omgangsregels en know-how. Eigenlijk vertoont ieder menselijk gedrag aspecten van improvisatie omdat het een deels frisse contingentie mixt met eerder geleerde lessen. “(T)o be thinking what he is here and now up against, he must both be trying to adjust himself to just this present once-only situation and in doing this to be applying some lessons already learned. There must be in this response a union of some Ad Hockery with some know-how. If he is not at once improvising and improvising warily, he is not engaging his somewhat trained wits in a partly fresh situation. It is the pitting of an acquired competence or skill against unprogrammed opportunity, obstacle or hazard. It is a bit like putting some new wine into old bottles.” (Ryle 1979, geciteerd in Weick 1998)
Improviseren is componeren in het hier en nu, dat begint met uitbreidingen van een eenvoudig model, maar dat zich in toenemende mate voedt op deze uitbreidingen zelf en zo verder verwijderd raakt van de originele melodie en dichter bij een nieuwe compositie. Improviseren is een gestuurde activiteit, waarbij de sturing afkomstig is van patronen die eerder ontdekt zijn. De kunst van het improviseren is om te streven naar…
“(…) clarity, emotional communication on a not-too-obvious level, form in a chorus that doesn’t hit you over the head but is there if you look for it, humor, and construction that sounds logical in an unexpected way” -- Paul Desmond
Maar wat gebeurt er nou als muzikanten improviseren? Een jazzmuzikant kan niet vooruit kijken wat hij gaat spelen zoals een bouwkundige dit doet met bouwplannen. Maar een jazzmuzikant kan wel achteruit kijken naar wat hij zojuist gespeeld heeft. Iedere nieuwe notenreeks kan gevormd worden in relatie tot de noten die er aan vooraf zijn gegaan. De vorm wordt retrospectief gecreëerd. De jazzmuzikant bouwt iets dat herkenbaar is en draagt zo bij aan een emergent patroon. En hij creëert op deze wijze mogelijkheden voor de andere muzikanten in zijn groep. “After you initiate the solo, one phrase determines what te next is going to be. From the first note that you hear, you are responding to what you’ve just played: you just said this on your instrument, and now that’s a constant. What follows from that? And then the next phrase is a constant. What follows from that? And so on and so forth. And finally, let’s wrap it up so that everybody understands that that’s what you’re doing. It’s like language: you’re talking, you’re speaking, you’re responding to yourself. When I play, it’s like having a conversation with myself.” -- Max Roach.
Beter improviseren betekent beter in staat zijn een organisatorisch en individueel geheugen aan te spreken. Het is evenzeer van belang om naar anderen te luisteren, als naar jezelf. Dat laatste wordt vaak vergeten. Wat zijn je eigen voor-onderstellingen, opmerkingen en gevoelens en hoe kun je daar op verder bouwen. In die zin is de stap van improviseren naar reflecteren op eigen gedrag snel gemaakt. “If you’re not affected and influenced by your own notes when you improvise, then you’re missing the whole essential point” -- Lee Konitz
Improviseren vindt, net als een gesprek, op meerdere niveaus plaats. Er is sprake van “gesprekken” tussen het emergente patroon, vormeigenschappen van de onderliggende compositie, historische interpretaties, de eigen opvattingen van de speler, de ter handen zijnde instrumenten, andere spelers en het publiek.
Aangezien taal en gesprekken de basis vormen van organisaties, vertonen activiteiten in organisaties overeenkomsten met improviseren bij jazzmuzikanten. Net als muzikanten ontdekken managers vaak wat relevant is doordat ze duidelijker kunnen aangeven welke richting ongewenst is, dan door te specificeren wat de uiteindelijke resultaten zijn. Hun activiteiten zijn gecontroleerd, maar niet vooraf bepaald (Mangham & Pye 1991, geciteerd in Weick 1998). Nog meer geobserveerde overeenkomsten: simultane reflectie in actie, gelijktijdig regelvorming en navolging, actie geleid door codes, patronen van geanticipeerde reacties, voortdurende mixen van het verwachte met het nieuwe, afhankelijkheid van intuïtie en verbeelding. Je ziet het terug bij kwaliteitsmanagement, waar medewerkers worden geautoriseerd om bestaande routines te parafraseren, aan te vullen en opnieuw samen te stellen. Hier wordt aangemoedigd om denken en doen samen te laten vallen, in plaats van slechts geleid te worden door plannen en regels. Hier vindt “flexible treatment of preplanned material” plaats.
Kijkend naar mijn organisatie is het interessant om te weten waar er improviserende kwaliteiten aanwezig zijn. Groepen die in staat zouden moeten zijn om te improviseren vertonen de volgende eigenschappen (gebaseerd op Weick 1998).
- De bereidheid om zich te onthouden van plannen en voorbereiden ten gunste van handelen in het hier en nu.
- Goed ontwikkeld begrip van interne bronnen en beschikbare materialen.
- Bekwaam zonder blauwdrukken en diagnose.
- In staat zijn om het eens te worden over minimale structuren voor “doorontwikkeling”.
- Open staan voor herschikking van en vertrek van routines.
- Een rijke en betekenisvolle set van thema’s, fragmenten of frases waaruit geput kan worden voor “ongoing lines of action”.
- In staat zijn om de relevantie van eerdere ervaringen te herkennen om nieuwigheden te kunnen presenteren.
- Groot vertrouwen in vaardigheden om met niet-routinematige activiteiten om te gaan.
- Aanwezigheid van collega’s die op een vergelijkbare manier kunnen werken.
- Vaardig in het in de gaten houden van de prestaties van anderen om erop voort te kunnen bouwen en de interactie gaande te houden. Op deze manier interessante mogelijkheden voor elkaar te creëren.
- In staat zijn om het tempo van anderen bij te houden.
- Focus op coördinatie in het hier en nu. Niet afgeleid worden door historie of toekomst.
- Voorkeur voor het proces boven structuur, en zich daar prettig bij voelen.
Opvallend vind ik dat het aanwezig zijn van een “gedeelde visie” (Senge 1990) niet wordt genoemd. Het resultaat van een improviserende activiteit wint aan kwaliteit wanneer er een gedeelde visie bestaat. Dit zou in mijn methodologie een van de minimale structuren moeten zijn. Dit terug brengend naar mijn eigen werksituatie zie ik een manier van werken, die als improviserend gekarakteriseerd kan worden.
Het management team van de dienst waarvoor ik werk heeft de wens uitgesproken om (meer) projectmatig te gaan werken. Er zijn wat ideeën over hoe dat er uit zou moeten zien. “Er zou een projectenbureau moeten komen, die het overzicht heeft over alle projecten, hoeveel geld ermee gemoeid is, en aan welke deadlines die gebonden zijn”. Een van de directieleden - degene aan wie ik verantwoording afleg - heeft een oud stuk van PWC ingebracht dat als basis zo kunnen gelden. Hij overhandigt me een lijst met activiteiten die wat hem betreft als projecten zouden kunnen worden opgepakt. Hij vraagt me om mee te denken. “Ik zie voor jou een rol weggelegd bij het opzetten van het projectenbureau”. Wat me meteen al opvalt is dat de termen “procesmanagement”, “projectmanagement” en “programmamanagement” in dat stuk door elkaar gebruikt worden. Doorvragen leert me dat de directie meer grip wil krijgen op de activiteiten die in samenwerking met het concern (de moederorganisatie) worden opgepakt. Het gebeurt nu te vaak dat dienstmedewerkers mixed signals afgeven in het concern, waardoor er verwarring in beide organisatieonderdelen optreedt. Parallel aan mijn dialoog met het directielid ga ik met een aantal beoogd projectleiders in gesprek over wat “projectmatig werken” voor hen kan betekenen. (Hier ben ik overigens pas net mee begonnen.) En we gaan meteen met de concrete activiteiten aan de slag. Samen onderzoeken en ontwerpen. Er is een spanning tussen projectmatig werken “om je werk beter te kunnen doen“ en “om te rapporteren aan het concern volgens strakke formats”. De dienst is een doedienst, die niet gewend is om veel vast te leggen, als het van de wet niet per se hoeft. Uit mijn observaties komt naar voren dat de manier van werken aspecten vertoont van “agile development”: snelle iteraties, harde deadlines, feedback van gebruikers meteen verwerken, weinig documentatie, prototyping. Agile vertoont veel kenmerken van improviseren. Echter, de manier van werken kan aan scherpte winnen als we hier explicieter bij stilstaan. Ik ga onderzoeken hoe we het improviserende karakter van agile kunnen verbinden met meer projectmatige elementen. In mijn taalgebruik let ik erop dat ik de beschreven spanning niet als paradox breng, maar als 2 zaken die prima samen kunnen gaan.
Ik denk dat onze individuele kennis van onze omgeving beperkt is. We moeten ons daarvan bewust zijn. Aangezien onze kennis een lokaal en temporaal karakter heeft (Flood) is het zinvol om dat lokale als uitgangspunt te nemen. Improvisatie zou hierop kunnen gedijen.
Geplaatst door admin op 2 November 2008
Tags: Uncategorized


Opmerkingen over een specifieke paragraaf:
Klik op het
icoon rechts van een paragraaf.
Een gesprek over de gehele pagina:
Klik op het
icoon rechts van een paginatitel. Het werkt hetzelfde als bij een paragraaf.