Ik “moet” nogal veel. En ik vind dat andere mensen ook nogal wat “moeten”. Ook al wil ik het niet. Ik roep dan “Ik moet niets!” of “Jij moet niets!” en ik verpak het daarom in mooie woorden, in fraaie taal, maar het blijft “moeten”. Bij Hannah Arendt ben ik te rade gegaan over wat we moeten, en waar de vrijheid begint.
‘Vita activa’, het actieve leven, staat centraal in The human condition. Arendt onderscheidt drie verschillende menselijke activiteiten die zij alle onder de noemer ‘vita activa’ schaart. Het gaat hier achtereenvolgens om arbeiden, werken en handelen. Deze staan in contrast met het ‘vita contemplativa’ dat juist betrekking heeft op het denken.
Ten eerste beschrijft Arendt het arbeiden. Met dit arbeiden (labor) doelt Arendt op de lichamelijke aspecten van het menselijk leven. In de Griekse oudheid was dit een begrip dat verbonden was met de arbeid die slaven verrichtten. Het arbeiden werd geassocieerd met het lagere, datgene wat minderwaardig was. Daarnaast kenmerkt deze lichamelijke arbeid zich door het feit dat er hoegenaamd niets van overblijft: met het verdwijnen van de inspanning, is ook het resultaat van de arbeid weg. Hierbij verwijst ze naar Marx die stelt dat de productiviteit niet in het product, maar in de arbeidskracht gelegen is. Degene die arbeidt, wordt aangeduid als ‘animal laborans’. De menselijke conditie die volgens Arendt voor het arbeiden benodigd is, is het leven zelf.
Ten tweede besteedt Arendt aandacht aan het begrip werken. Het werken (work) omvat dat deel van het menselijk bestaan dat niet meer slechts uit natuurlijke elementen bestaat, maar dat een kunstmatige wereld creëert. Om te werken is er meer dan alleen lichaamskracht zelf nodig. Er wordt gebruik gemaakt van werktuigen en gereedschappen om tot een product te komen. Het werken betreft de wereld van het maken, de wereld waarin er iets tot stand gebracht wordt. In het werken is er sprake van reïficatie, het proces waarin iets tot een ding gemaakt wordt. Dit kan gedaan worden op basis van een model, dat reeds in de geest bestaat of dat van buitenaf opgelegd wordt. Bij het werken worden de gebruikte middelen ingezet om het doel te bereiken, namelijk het eindproduct. Degene die werkt, wordt aangeduid als ‘homo faber’. Voor het werken is de benodigde menselijke conditie het zijn in de wereld.
Ten derde spreekt Arendt over het handelen. Dit handelen (action) typeert zij als een opnieuw beginnen, het nemen van een initiatief of het op gang brengen van iets (Latijn: agere). Het handelen is die menselijke activiteit die geen betrekking heeft op dingen, maar juist op de interactie tussen mensen. Het wordt duidelijk dat deze derde activiteit volgens Arendt een andere plaats inneemt in het leven dat de eerder genoemde twee activiteiten. Het handelen is namelijk essentieel voor het menszijn; zonder het tot uiting brengen van deze activiteit is de mens niet menselijk meer. Daarnaast signaleert Arendt een sterke verbondenheid tussen het handelen en het spreken: in deze twee zaken toont zich de uniciteit en gevarieerdheid van de mens. Deze verbondenheid van handelen met spreken, woorden en taal gaat zo ver dat er zonder het spreken geen sprake kan zijn van handelen. Een ander aspect van handelen dat Arendt van groot belang acht is de zelfonthulling van de persoon die handelt in het handelen. Omdat handelen betrekking heeft op de interactie tussen mensen is dit niet mogelijk in gevallen van totale isolatie. De aanwezigheid van andere mensen blijft noodzakelijk. Van de drie genoemde activiteiten associeert Arendt deze laatste het meest met het politieke leven. Pluraliteit is voor Arendt de conditie van het menselijk handelen “(…) omdat wij allen eender, dat wil zeggen menselijk, zijn in die zin, dat niemand ooit gelijk is aan iemand anders die ooit heeft geleefd, leeft, of zal leven.”
Wat zegt deze bespreking van arbeiden, werken en handelen over mijn vraag: waar eindigt moeten en begint vrijheid? Van handelen kan gesproken worden als een activiteit die in vrijheid plaats vindt. Dat is bij arbeiden zeker niet het geval: bij arbeiden is er geen ontkomen aan “de zich herhalende kringloop van het levensproces”. Dat is dus iets dat moet, anders ga je dood. Bij werken wordt het interessant. Zolang er gewerkt wordt richting het vooraf gestelde doel, is er nog het moeten van het doelgericht bezig zijn. Wanneer het doel ter discussie wordt gesteld, dan wordt het terrein van het handelen betreden, en is er sprake van (oprekken van) vrijheid. Als arbeiden gepaard gaat met moeten, dan is werken kunnen, en handelen willen.
Geplaatst door admin op 16 December 2008
Tags: Uncategorized


Opmerkingen over een specifieke paragraaf:
Klik op het
icoon rechts van een paragraaf.
Een gesprek over de gehele pagina:
Klik op het
icoon rechts van een paginatitel. Het werkt hetzelfde als bij een paragraaf.